Gedichten
In mijn hoofd
in mijn hoofd
woont een zeer geleerde dame
samen met een dwaze idioot
de idioot lapt alle ramen
terwijl de dame de wanorde vergroot
wat moet ik nu in vredesnaam beginnen
met twee wezens van z’n ongelijk allooi
nu ga ik beslissen wie ik er het eerst uitgooi
de dame, de idioot, de dame, de idioot
gvd wat een gekloot!
Liedje
ze zou graag een liedje gaan zingen
in een theater met een groot koor
maar vindt daar voorlopig de woorden niet voor
geen hoop en verlangen houden haar tegen
daarnaast zijn de koorleden heel erg verlegen
en, kan de dirigent voor ze gaan zingen
zijn Tourettes wel bedwingen
ze zou graag
ze zou heel graag
een liedje gaan zingen
in een theater met een groot koor
Gedichten uit het boek
kooitje (tweespraak)
vandaag verkocht u mij een mooie vogel in een kooi
ja
thuis vond ik achter een klepje een klein onooglijk vogeltje
ik wil alleen de mooie vogel de kleine krijgt u terug
nee
dat is onmogelijk ze zijn onafscheidelijk
de een is de zanger de ander is de componist
Rivier
een rivier ontsprong uit haar ooghoek
haar hele gelaat werd stroomgebied van de traan
herinnering
volgzame schaduw
in het gras van zeeland
smalle schouders
in een gebloemde jurk
knikkende knieën
boven witte sokjes
volgzame schaduw
gras van zeeland
waarheen?
een
wij zijn samen
wij zijn samen 1
wij zijn samen een 2-eiige eenling
schulp 1
in deze hele kleine schulp
kan ik geen kant meer op
vrijheid is alleen verlangen
ik ben een nootje in de dop
Schulp 2
over deze volle lippen
klinkt een smartelijk gezang
mijn mooie schulp is verpulverd
verdwenen met de warmte
waar ik zo naar verlang
gewoonte vrees (tweespraak)
zo te zien heb je last van gewoonte vrees
vroeger ben ik in een vat vol tegenstrijdigheden gevallen
heb je er last van?
ik vrees van wel en van niet
kom bij me zitten, de stoel is al voorgelijmd
is dat echt nodig?
een gewoonte heeft tijd nodig, kom nu maar
nu
nu alles mogelijk is
is niets te weinig
en weinig
de enige mogelijkheid
nonnen
wij zijn de nonnen, de witte nonnen
van de congregatie der eeuwige sneeuw
aan sneeuwklokjes ontlokken wij hemelse klanken
met sneeuwkettingen versieren wij sombere buien
onder sneeuwkleedjes ontdooien wij steenkoude harten
zo versmelten wij met deze wereld
wij zijn wit, wij zijn koud, wij zijn warm
annie
meneer is niet thuis
maar mevrouw is wel thuis
en naar pannetje staat
op de inductie kookplaat en
het stoomt en stoomt en stoomt
tijd
de tijd , de tijd, de tijd verdrijft
mij en zie
de wereld, de wereld, de wereld
draait door
Strijk
strijklicht over papieren bloemen
en zie de stampers bewegen
hink stap sprong
5, 6, 7, 8, 9, 10
wie niet weg is
is gezien
wie niet gezien is
is alleen
of dood, of loos
of ergens heen
Losvast
hak
ik ben het laatste erwtje in een glazen potje
snow
snowflakes keep falling
vang ze niet
er staat voldoende water in je handen
ach
wie ligt er nu te wachten
op slapeloze nachten
in een leeg bed
ach
Lijn
deze 10 tenen verlangen naar zee
alleen missen de voeten de vloedlijn
cool
ze zit koel in de kast
de deur gaat open
het lichtje springt aan
zie je wel, ze is er nog